Johan Kalifa Bals

“Ik heb mijn leven te danken aan het christendom”

Als (musical) acteur bij de buurtpolitie, in de rol van inspecteur Obi Basu, en als zanger probeert Johan Kalifa Bals (37) de LGBT+-community een hart onder de riem te steken. In samenwerking met Lieven De Brouwer werkte hij aan een theaterstuk over het ontstaan van de gaypride in 1969. Zijn drijfveer vond hij bij zijn twee christelijke mama’s. 

“Toen ik zeven maanden oud was, ben ik geadopteerd door twee christelijke vrouwen. Ze woonden samen, maar ze hebben zich nooit echt geout aan de buitenwereld. Voor mijn komst zorgden ze al voor 3 pleegkinderen, maar omdat het afscheid telkens hartverscheurend was, besloten ze aan adoptie te doen.”

De moeders van Bals hadden altijd een goede band met de progressieve christenen in de kerk. De directrice, die religieuze zuster was van de school waar zijn ene mama werkte, vertrok in 1973 op missie naar Mali, Bals’ geboorteland. “Mijn biologische moeder stierf (1984) toen ze mij alleen in de hut ter wereld bracht en een bloeding kreeg. Mijn vader was niet in staat om voor me te zorgen door gebrek aan moedermelk en voedselschaarste. In Mali heerst er immers ook een geloof dat er kwade geesten in het kind sluipen wanneer de moeder sterft. In mali zeggen ze op een zeggen ze op een zachte manier “de moeder neemt het kind mee”. Ik zelf heb het geluk gehad dat een christelijke vrouw uit het dorp mijn vader kon overtuigen om me af te staan aan de missiepost en me zo te laten adopteren door mijn mama’s. Ik heb mijn leven dus te danken aan het christendom.

Door zijn achtergrond zet Bals zich graag in voor de community. Daarom schreef hij zelfs een theaterstuk, in samenwerking met Lieven De Brouwer, over de geschiedenis van de gay pride. “Ik speel een homoseksuele zwarte man. Als ik zo’n rol vertolk, vind ik het belangrijk dat ik gewoon lekker mezelf blijf en dat er geen karikatuur van wordt gemaakt.”

In een aflevering van De Buurtpolitie moest Obi zich vermommen als vrouw om een zaak op te lossen. “Daarvoor wou ik all the way gaan. Ik liet mijn benen waxen, liet me professioneel schminken en trok hoge hakken aan. Als ik het doe, wil ik het goed doen. Sommige collega’s dachten dat ik mijn zus mee naar de set had genomen (lacht).”

“Toch wordt de community nog niet voldoende vertegenwoordigd op tv. Net als het feit dat er te weinig kleur op televisie komt. Wanneer er 2 à 3 holebi personages in een programma zitten, hoor ik vaak: ‘Is dat niet genoeg?’ Mijn antwoord is dan resoluut nee. Ik ben blij dat er meer diversiteit op het scherm komt, maar het mag nog meer en op een natuurlijker manier.

Ik hoop dat in de toekomst van de holebi’s de trend van gaybashing zich niet verder zet. Het is belangrijk dat de homogemeenschap van zich laat horen, maar ook de heterogemeenschap moet haar steun betuigen.”

Door Gitte Vandeneede en Lisa Debeuckelaer

Comments are closed.